Naar Spaans voorbeeld dringt Tweede Kamer aan op mediacode femicide

NOS Nieuws

Nederlandse media zouden beter kunnen nadenken over hun berichtgeving over femicide en gendergeweld, vindt een meerderheid van de Tweede Kamer. D66, VVD, PRO, SP, JA21 en BBB willen dat minister Letschert van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap met mediaorganisaties in gesprek gaat over een vrijwillige mediacode rond femicide, zoals in Spanje al bestaat.
Het verzoek is ingediend door Hanneke van der Werf (D66). Vorige maand bracht zij samen met andere parlementariërs een bezoek aan Spanje. Daar wordt al sinds 2004 beleid gevoerd om gendergeweld te bestrijden.
“In Spanje wordt op veel verschillende domeinen actief gewerkt aan de bestrijding van femicide”, zegt Van der Werf. “En de media pakken daar een actieve rol in, vooral bij de bewustwording rond het onderwerp.”
De regering kan mediaorganisaties niets opleggen, maar wel met hen in gesprek gaan. “Het is bijvoorbeeld belangrijk om het te hebben over taalgebruik. Dat je zo duidelijk mogelijk bent over wie het slachtoffer is en wie de dader. Duidingen als familiedrama doen geen recht aan wat zich in een relatie achter de voordeur afspeelt”, stelt het Tweede kamerlid.
Ze denkt ook aan meer context geven in de vorm van een doorverwijzing voor meer informatie, zoals nu bij 113 zelfmoordpreventie gebeurt.
In Spanje bestaat geen officiële richtlijn waaraan journalisten zich moeten houden. Wel wordt in twee wetten de verantwoordelijkheid van de media benoemd. Op basis van die wetten en de ervaringen die gespecialiseerde journalisten hebben opgedaan, hebben media hun eigen regels opgesteld.
Laura De Grado Alonso werkt voor het Spaanse persbureau EFE en is daar een van de journalisten die gespecialiseerd zijn in het onderwerp. Over het algemeen is ze tevreden over de Spaanse aanpak.
De Grado vertelt hoe het in Spanje begon, met het verhaal van Ana Orantes. Veertig jaar lang was zij samen met José Parejo. Gedurende hun hele huwelijk heeft hij haar mishandeld. Het huiselijk geweld werd door de politie niet serieus genomen. In 1996 kon ze uiteindelijk van hem scheiden. Een jaar later, op 4 december 1997, deed ze haar verhaal op televisie. Dat was in die tijd ongekend. Nog geen twee weken later werd ze door haar ex-man vermoord.
“Dit was een ingrijpende gebeurtenis omdat de zaak enorme media-aandacht kreeg. Tot dan werd geweld tegen vrouwen vaak beschouwd als een privéaangelegenheid, een familiekwestie of simpelweg het probleem van een individu. Maar deze zaak veranderde alles”, zegt De Grado.
In Spanje groeide het besef dat er verandering moest komen om geweld tegen vrouwen terug te dringen. Een paar jaar later, in 2004, werd onder de socialistische regering van premier Zapatero de eerste aanzet gegeven tot een wet tegen gendergeweld. In de daaropvolgende jaren ontwikkelden Spaanse media eigen kaders voor hun berichtgeving.
Ook EFE heeft afspraken op papier staan, zegt De Grado. “Ten eerste presenteren we gendergerelateerd geweld nooit als een op zichzelf staand incident of een conflict tussen twee individuen. We lichten in de berichtgeving de brede context van genderongelijkheid en geweld tegen vrouwen toe. Om zo duidelijk te maken dat het om een maatschappelijk probleem gaat”.
Dit uitgangspunt betekende ook dat media hun taalgebruik aanpasten. “Als sprake is van femicide dan benoemen wij dat expliciet. Waar mogelijk vermijden we verhullende termen als overleden”, vertelt De Grado. Daarnaast vermijden ze formuleringen die de verantwoordelijkheid bij het slachtoffer leggen. Ook proberen ze slachtoffers niet tot cijfers te reduceren, maar elk slachtoffer een gezicht te geven.
In Spanje worden de cijfers rond femicide en gendergeweld sinds 2003 nationaal bijgehouden. Sinds 2022 wordt ook verschil gemaakt tussen de verschillende soorten moorden. In Nederland gebeurt dat niet. De Grado vindt de cijfers zeker belangrijk: “We benoemen altijd hoeveel vrouwen er dat jaar zijn vermoord en hoeveel sinds het begin van de telling in 2003”. Maar volgens haar moet het daar niet bij blijven.
Als laatste belangrijke punt noemt ze dat journalisten zich bewust moeten zijn van hun rol. Door bijvoorbeeld niet alleen te berichten als het te laat is en iemand is vermoord. Maar ook vaker te berichten over gendergeweld op zich.
Of Nederlandse media open staan om over soortgelijke afspraken in gesprek te gaan, moet nog blijken. D66-Kamerlid Van der Werf hoopt wel een eerste stap te hebben gezet. “Hopelijk kan de samenleving zich zo bewuster worden van de rode vlaggen vooraf. En dat mensen sneller de signalen herkennen”.
Bronvermelding
Dit nieuwsbericht is gebaseerd op berichtgeving van de oorspronkelijke nieuwsbron. **Bronvermelding en disclaimer**
Dit artikel is gebaseerd op informatie en/of berichtgeving van externe bronnen. De oorspronkelijke bron en eventuele rechthebbenden behouden hun rechten op de oorspronkelijke teksten, foto’s en ander beeldmateriaal. MOHANLAL.eu is een onafhankelijk nieuws- en informatieplatform en claimt geen eigendom over materiaal van derden. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. Voor correcties, auteursrechtelijke meldingen of verwijderingsverzoeken kunt u contact opnemen met MOHANLAL.eu.
© MOHANLAL.eu – Alle rechten voorbehouden.
Lees het oorspronkelijke artikel











